RSS   -    Meewerken?
   
 
GP Maleisië
 Interview met Jérôme D'Ambrosio
De beginjaren
Voor Jérôme begon het allemaal op negenjarige leeftijd. Toen hij in Spanje op vakantie was met zijn moeder en vrienden. Het weer zat niet mee en om de verveling te breken, stelde zijn moeder voor om te gaan karten. Hij was meteen verkocht. Terug in België aangekomen, wou hij absoluut een eigen kart. Na maandenlang aandringen kreeg hij uiteindelijk zijn cadeau. Toen hij tien jaar was begon hij aan competitiekarting maar zijn eerste jaar was geen succes. "Ik eindigde bijna elke race laatste of voorlaatste," zei Jérôme lachend. Maar van opgeven was er geen sprake. "Niets krijg je gratis," vervolgde hij, "Je moet constant blijven oefenen en trainen om er te geraken."

Dat deed hij ook en het tweede jaar won hij maar liefst alle wedstrijden. In 2000 won hij onder andere de Monaco Kart Cup in de Juniorklasse. Het hoogtepunt uit zijn kart-carrière kwam er ongetwijfeld in 2002 toen hij de wereldbeker won. Hij werd ook vierde in het Europees kampioenschap en derde in de Monaco Kart Cup Formula A.

Formule Renault
Toen besloot Jérôme om het karten voor gezien te houden en zijn succes een trapje hoger te zoeken. In zijn eerste jaar Formule Renault 1.6 werd hij bij 'TBR', het team van Thierry Boutsen, onmiddellijk kampioen. Deze prestatie werd ruim gewaardeerd want in België werd hij uitgeroepen tot 'Rookie of the Year'. Door Renault werd hij uitgenodigd om samen met enkele andere piloten een test af te leggen in de Formule Renault 2.0. Hij won deze uitdaging en werd zo opgenomen in het ‘Renault Drivers Development Programme’ samen met onder andere Heikki Kovalainen en Giedo van der Garde.

Dit opleidingsprogramma voor jonge, talentvolle piloten is vaak de lancering van hun carrière. Bij Jérôme was dit niet echt het geval maar toch is hij niet ontgoocheld. "Ik ben helemaal niet ontgoocheld. Ik wil Renault bedanken voor deze kans want anders kon ik in 2004 helemaal niet rijden."

Dankzij Renault kwam hij in 2004 voor ‘Graff Racing’ uit in het Franse Formule Renault 2.0-kampioenschap. Onze landgenoot stelde niet teleur want hij eindigde vierde in het eindklassement en werd opnieuw 'Rookie of the Year'.

In 2005 nam Jérôme opnieuw deel in het Formule Renault 2.0-kampioenschap, dit keer bij 'Euronova Racing', waar hij derde werd in de Italiaanse winterseries, 15e in de Eurocup en vierde in Italië. Hij reed ook met 'Euronova' enkele wedstrijden in het Italiaanse Formule 3000-kampioenschap.


Jérôme in een kart tijdens zijn periode als Formule Renault-rijder.

Financiële problemen
In 2006 begon Jérôme bij 'Tech 1 Racing' aan zijn debuutseizoen in de 'World Series by Renault 3.5'. Omwille van financiële problemen kon hij dit seizoen maar zeven wedstrijden rijden. Later dat jaar reed hij nog enkele wedstrijden in de Italiaanse en Europese Formule 3000. Ook nam hij deel aan de 24 uren van Spa-Francorchamps in de Gillet Vertigo.

Ondanks het gebrek aan steun uit eigen land koestert Jérôme helemaal geen wrok. "Natuurlijk was het op enkele momenten heel zwaar maar ik neem niemand iets kwalijk. Ik respecteer ieders beslissing en mening. Ik kan niemand verplichten om me te sponsoren," zei hij. "Er is helemaal geen frustratie want ondanks alles ben ik nu toch in GP2 geraakt."

We vroegen hem ook of hij liever in een ander land geboren was: "Nee, zeker niet. Zoals je ziet ben ik er nu ook geraakt. Er is dus blijkbaar meer dan één weg naar Rome." Hij benadrukte ook meerdere keren dat hij steeds naar de toekomst kijkt. Het heeft helemaal geen zin om terug te blikken en mensen iets kwalijk te nemen. Enkel als je naar de toekomst kijkt, zal je er geraken.

Door de financiële problemen in de Formule Renault 3.5 kon hij het seizoen niet uitmaken. Dit impliceerde dat hij in januari 2007 er helemaal alleen voor stond. Dat waren harde tijden. Hij kon opnieuw uitkomen in de FR 3.5 of deelnemen aan de pas opgerichte International Formula Master (IFM). De keuze was niet gemakkelijk maar hij koos voor het tweede. Daar waren er betere omstandigheden ondanks het iets lagere niveau. Dit zorgde voor een groot risico voor zijn carrière. "Van in het begin wist ik dat ik me moest bewijzen. Ik moest absoluut de titel binnenhalen om mijn carrière nieuw leven in te blazen. De druk was er zeker," verklaarde hij. Ondanks deze druk boekte hij succes. Met maar liefst vijf overwinningen, 11 podiums van de 16 races en de titel met 35 punten voorsprong op Chris van der Drift werd Jérôme D'Ambrosio de eerste kampioen in de IFM.


De snelle Belg is de allereerste International Formula Master-kampioen.

Op naar de GP2
Als beloning kreeg de winnaar ook een test bij Campos in het GP2-kampioenschap. Dit was de perfecte gelegenheid om indruk te maken en zo een stuur te bemachtigen. "Ik zag dit echt als een kans om te tonen wat ik waard was," benadrukte hij. "Het team nam me zeker serieus en ik was onder de indruk van hun professionele aanpak." Hij werd de snelste rookie met een elfde snelste tijd. De test verliep vlotter dan verwacht en dat bewijst dat de IFM wel degelijk een goede leerschool is.

"In zekere zin kan je de IFM goed vergelijken met de GP2. Er zijn heel wat reeksen met snellere wagens maar die hebben helemaal geen goede downforce. Dit vind ik toch heel belangrijk. De GP2’s zijn veel zwaarder en hebben 400pk meer dan de IFM’s dus fysiek was het ook best wel lastig. Maar het was zeker een goede leerschool want de verhouding tussen het aantal pk’s en downforce in de IFM was zo goed als in de GP2."

Door zijn goede prestatie kon hij nog een test veroveren, deze keer bij Arden. Ook daar verliep alles op wieletjes en na afloop begonnen de onderhandelingen met twee of drie teams. "Er zijn meerdere factoren die een rol spelen. Het talent van de piloot, de financiële kant, … en het ene team hecht meer belang aan de eerste factor, het andere aan de tweede, … Dat maakt het er niet gemakkelijker op. Maar ik wil ook benadrukken dat de teams keuze hebben uit meerdere piloten, dus je moet echt wel aan een stuur kunnen draaien vooraleer je in aanmerking komt."

Voor Jérôme werd het uiteindelijk DAMS. Dit team was heel gemotiveerd en leek voor hem de beste optie. In 2008 komt onze landgenoot uit naast Kamui Kobayashi, een Japanner die tevens testpiloot is bij Toyota F1. Jérôme D'Ambrosio zal ook rijden in het Aziatische GP2 kampioenschap. Dat loopt van januari tot april, maar er zijn geen grote verschillen met het grote kampioenschap. Dit ziet Jérôme als een goede voorbereiding voor het 'echte' kampioenschap dat in maart begint en gelijk loopt met de Formule 1. Daardoor kan het op een grote mediabelangstelling rekenen.


Na twee succesvolle tests in de GP2, tekende Jérôme bij DAMS.

Iedereen kiest zijn eigen weg
We vroegen ook waarom hij niet opnieuw voor de Formule Renault 3.5 koos. Hier heb je minder budget voor nodig en zo kan je misschien zelfs gemakkelijker in de Formule 1 geraken, zoals Robert Kubica in 2005. "De laatste drie jaar was het de GP2 die zich het best ontwikkeld heeft. Deze serie staat het dichtst bij de Formule 1 en is van een hoger niveau. De wagen leunt het dichtste aan bij de F1-bolides en doordat we min of meer samen rijden met de Formule 1, kan dat voor betere contacten zorgen," aldus de Belg. "De World Series 3.5 hebben zeker een hoog niveau maar de GP2 is het kleinere broertje van de Formule 1. En wat Robert (Kubica) betreft, iedereen doet wat voor zich het beste lijkt en stippelt zo zijn eigen parcours uit. Hij is waarschijnlijk ook een uitzondering die van 3.5 rechtstreeks in de F1 geraakt is. Sebastian (Vettel) had al een contract bij BMW als testpiloot wat de zaken er natuurlijk op vooruit helpt."

Formule 1 in 2010
Zijn verwachtingen voor 2008 zijn moeilijk te formuleren. Hij wil natuurlijk zo snel mogelijk vooraan terug te vinden zijn en indruk maken: "Ik wil me geen echte doelstelling opleggen want dit zorgt voor onnodige druk," legde Jérôme ons uit. "Ik wil gewoon snel rijden, natuurlijk in functie van het team en proberen zo hoog mogelijk te eindigen."

Jérôme ziet de GP2 als laatste tussenstap voor het echte werk. Formule 1. Ook in 2009 zou hij graag in de GP2 uitkomen om dan uiteindelijk in 2010 in de koningsklasse van de automobielsport aan te komen. Boezemvriend Thierry Boutsen is er rotsvast van overtuigd dat Jérôme D'Ambrosio zijn opvolger wordt. Mocht hij in 2010 echt aan de start van een F1 Grand Prix verschijnen, zou het 17 jaar geleden zijn dat een Belg een wedstrijd reed.

In de voetsporen van Senna, Villeneuve en Schumacher
Jérôme was heel geflatteerd met Boutsens mening. Zelfs nu nog belt hij af en toe naar zijn leermeester om raad te vragen. Thierry Boutsen is dan ook een groot voorbeeld voor hem. Net zoals Ayrton Senna en Gilles Villeneuve. Maar Jérôme heeft ook enorm veel bewondering voor de werkwijze van Michael Schumacher. Alledrie deze piloten waren mensen met een uitgesproken karakter en charisma. Net als Jérôme. Hij weet wat hij wil en laat zich door niemand van de kaart brengen.

We bedanken Jérôme D'Ambrosio voor dit interview en hopen, samen met vele anderen, dat hij een succesvolle carrière tegemoet gaat. We wensen hem daarbij veel succes!

Rutger Vanhee & Stijn Vansteenbrugge

 Zoeken: In:
Gasly vervangt Kvyat vanaf Maleisië  
Toro Rosso heeft zonet bevestigd dat Pierre Gasly komend weekend zijn debuut zal maken voor het team tijdens...
Lees meer
Hamilton pakt zege in Singapore na start gehuld in chaos  
Lewis Hamilton heeft onverwacht de GP van Singapore gewonnen. De Brit profiteerde optimaal van een gigantische startcrash waarbij...
Lees meer
Vettel overtuigend op pole in Singapore  
Sebastian Vettel heeft de pole positie behaald voor de Grote Prijs van Singapore. De Duitser toonde zich ruim...
Lees meer
Copyright vzw F1-Club - Contact